Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114
Werkplaatshandboek Honda C100 C102 C110 C114

^
e.
*3
\^
•a-
&
Xv
¦2>>
&*
V
^
<&
C   IGQfIOZ
I N  L E I D I N G
Deze handleiding heeft betrekking op de 50 cc HONDA machines, types C 100, C 102,  C 110 en C 114/
Het verschil tussen de modellen C IOC en C 102 ligt alleen in de electrische installatie : de C 100 is uitgerust met een vliegwiel rnagneet, terwti|d*tip,   model   C 102                         .                  .                                    20
Ontstekrngshjdstip, mod.  C 100, C 110 en C 114     .                                    2?
Uitlaatdemper, mod   CHOcnClH    .                                                            43
Stellen van de kleppcn, alle modellen   ,                                                             11
Startpedaal   (kickstarter),  alnemen,  aile modollen                                          14
Slartpedaa)   (kickstartcr),  montage,  alle modellen                                          16
Startmotor, aandrijvingskroonwiel,  mode   C 102                                               23
Stuurslot, ale modellen                              *                                                            45
Tandwielen, plaatser,  alle  modellen       •      ,                                                     16
Technische gegevens    .                                                      «                                6.78
Tutmelaars, kleppen, demonteren, atle modellen »                •                      21(*22
Versnellingsbak,  tandwielen, alnemen, mod. C 100 en  C 102                     15
Versnellingsbak,  tandwielen, alnemen, mod   C I 10 en  C 114                     25
Vcorwielvcnng,  alle  modellen   ,                                                         .                   45
Voorwiel uitnemen,  alle   modellen                                                                        42
Voorvork, mad   C 100 en C 102                    ......           44
Voorvork.  mrxT  C 110 en C 114                                              <                           44
Zuifjer,  alle modellen                                          ......11 w
ELECTRISCHE    INSTALLATIE
Battenj,   alle modellen                    ¦                                    .....           33
Batterij,  laden, mod.  C 100. C 110 en C 114             .               -       .       33 36
Bedieningsknop van de hoorn.........           34
Condensator.............           36
Electrische slater, model C 102                                                                           37
Electrische   starter,   koothorstels,   montage                                                           37
Hoorn          _                     ......                                                            35
Knipperlichtschakelaar           ....                 .....           34
Kontakt-  en lichtschakefaar.........           34
Koplamp                  ........                      .                  35
Richtingaanwijzer   (knipperlichtj  automaat             -                              -35
Schakelaar  van de vnjstand-verklikker  ,                                                           34
Schema van de electrische  mstallatic                                                         39/40/41
Seleniumgelljkrichter                                                           .                                   36
Service Tester  (electrische testinstallatie), gebruiksaanwijxing                   53
Zckeringen.............           35
TECHNISCHE    GEGEVENS
Motor ;
Boring : Slag : Comprcssicvcrhouding :
Cilrndcrinhoud :
Maximum   vcrmogcn/koppel
Ontstcking&tijdsrip :
Bcschrijving
Boring
Breed tc klcpzitting Cilinderkoppakking-dikre Diameter  zuigerkcp
Maximum   diameter   xutgerli-chaam
Minimum speling   tussen   zui-ger en cilinderwand
Vervangingszuigers (zellde  tolcrannes als voor origmele zuigers)
Diameter zuigerpen
Diepte bovenste groef (chrocmveer)
Breedte van de Qroet
Speling
Conische zuigerveer
Dicptc   van   de   olicsctvaao
veergroef Breedte
Opening zuigerveerslot Speling  van dc  zuigerpen  in
de zuiger Diameter van het kleine dri|f-
btangoog
Reparatic
10,1   mm 40J   mm
2 mm
lienc Hinder,   viertact-,   luchtgekoelde   kop-
klepmotor
40 mm
39 mm
8,5/1  op modellcn C 100 en C 102
9,5/1 op modellen C 110 en C 114
49 cc
C 100 en C 102 : 4,5 PK bi| 9,500 ipm
2,^6 ft/lb bij 8.000 tpm
C 110 en C 114 : 5,0 PK b»j 9,500 tpm
2,82 ft/lb bij 8.000 tpm
C 100. C 110 en C 114 : vast op 35^ v6dr
BDP C 102 : variabel van 5" tot  35" v66r BDP
Vcrvanging   of Afmcting
-0,00 — 40,01   mm
¦"40,02 — 40,03  mm 1   mm
0,5 — 0(6 mm
' 39.63 — 39,68  mm
39,50 — 39,55   mm
39,98 — 40,00 mm 1 '39,99 — 40,01  mm
0,01 — 0,03 mm Dimeter criginele zuigers
0.25  mm
0,50 mm —   0,75   mm
1,00 mm 13,00 — 13,006 mm
1.8 — 2,0 mm 1,480 — 1,495   mm 0.080 — 0,25 mm        0,1   mm max. relide afmetingen ah de bovenste veer
1,8 — 2,0 rrm
2.480 — 2,495 mm
0,080 — 0,25 mm        0,1   mm max
0,006 mm
13016 — 13.043 mm
0,05   mm
•   B?ir*h mcdel C 100 tn C »Q2, *•   Beirut tr>od«1 C 110 «rt C 1 H.
Scschrijving
Speling   van  de   2uigerpen   in
het  drijfstangcog Axule    speling    tussen   drijt-
Slanglager  en krukwang Diameter  kruktap Diameter krukastap hnks/rcchts Uitlaatklep :
Totale  lengre
Klepsteeld.ameter
Dikte van de  klepkop Irlaatklep :
Totals lengte
Klepstecldiameter
Dikte van de klepkop Speling uitlaatklepsreel in ge-
leider Speling  mlaatklepsteel   in ge-
Icider Lengte  huitenste klepveer
Vc^vanging   of Afmcting                             Reparatic
0,016 — 0,049 mm       0,08 mm
0,1  — 0,35 mm              0,06 mm
21,098 — 21,107 mm  21,08 mm 16,997 —  17,008 mm   16,95  mm
60,6 — 60,8 mm
5,435 — 5,445 mm 0,7  mm
61,1 —61,3 mm 5,465 — 5,475 mm 0,5   mm
0,06 — 0,08 mm
0,03 — 0,05 mm
27,0 mm 28,4  mm
i i
6,3 — 6,9 kg
Lengte  binnenste klepveer
Spanning    van    ce    buitenste klepveer
¦ 8,45 — 9,25 kg
27.8  mm
26.9  mm
2,55 — 2,85 kg
4,17 —4,75 kg
Klepstootstang  lengte :
Inlaat
Uitfaat Maximale radiale  uitwijkmg Klep-stoter diameter
KOPPEUNG
Dikte van de bekleding
Lengte koppelingsveer
Contact  punt en  opening :
Klepspcling   (in*  en   uitlaatl
Bougie :
Afstand   tussen   efektroden :
5,40 mm
5,43  mm
0,10 mm
0,10 mm
25,6 mm 27,8 mm 5,36 kg Hoogte 23,5  n 8,00 kg Hoogte 23,5 n 26,5  mm
26,0 mm 2,17 kg Hoogte  22,5  n 3,8 kg Hoogte 21,5  it
187.4   mm
170.5  mm
0,6 mm 11,973 —  11,984 mm   11,94 mm
"2,7 — 2,8 mm                2,3  mm
' '3,5  mm                              2,9 mm
23,2  mm                            22,07 mm
"•25,2  mm                            24,0 mm
0,35  mm   (0,30      0,40 mm) 0,05 a  0,10 mm bij  kcude motor type N.B K    C7HW,   10 x   12,7 mm
0,6 mm
•   BcTreti VrwJel C 100 en C 102. "   Bereft model C 110 «n C ' M
Afstclling   van   de   carburntor :    modeller*   C 100 en   C 102
Hoofdsproeier                          n" S8 - 95
Stationair   sprceicr                  n" 35
Gasschui*                                  «¦ 2
Gasschutfnaald                         13302
Luchtstelschroef                      la   1,25 slag UIT
modellen   C 1 10   en   C 114
Hoofdsproeier                          n" 85 - 88
Stationair sproeier                 n" 35
Gasschuif                                  rV  2  (Pw 16)
Gasscduitnaald                         16302
Luchlstelschrocl                      1  a   1,25 slag UIT
Transmissievcrhoudingcn :
modellen   C 110 en C 114                      modellen C 100 en C 102
I*  versn.     33,90  op   1                              !' versn.     35,80   op   1
2* versn.      19,64  cp   I                             2" versn.      19,30  op   1
3'  versn       14,53   cp   I                             3' versn.      12,80  op   1
4' versn.      11,73  cp   I
Inhoud oliecarter   (alle modellen): minimum 0,6 liter, maximum 0,6 liter
Inhoud beminetank :  3,6  liter cp  mod. C 100 en C 102
7,2  liter op mod   C 110 en C 114
Bandcnspanning    (alle   modellen):   v66r        1,5   atm.
achter   2,0 atm. met duo passagier : achter   2,3 atm.
Barterij :6 V,   11   A/u   op   mod.   C 102
6 V,     2 A/u op mod   C 100, C 110 en C 114.
Kcnmcrken  wan de lampcn : alio 6 volt, vermogen  roals volgl
Mod. C 100,   C 110, C 114     Mod. C 102
Koplamp                              15/15 W                                 20/20 W
AchterlicM                          5  W                                          5  W
Stoplicht                              5 W                                          5  W
Richtingaanwijzers            8   W                                          8   W
Vrij stand vcrklikker         3 W  (kleine bajon?t)         3 W   (kleine bajonet)
Kilometerteller                   1,5 W                                        1,5  W
Allcen   op   mod.   C HO en   C 114 :
Richtmgaanwijzers           3  W (kleine bajonet)
Eigengewielit :         mod   C 100      65  kg
mod   C 102      70 kg
mod   C 110      66 kg
mod   C 114       66 kg
Totalc lengtc :       mod   C 100 en C 102     181   cm
mod   C 110 en C 114      170 cm
Totalc biecdtc :     mod.  C 100 en C 102       57 cm
mod.  CI10 en C1K       57 cm
Totale hoogtc :      mod.  C 100 en C 102       95  cm
mod. C 110 en C 114       92 cm
Wiclbasis :               mod. C 100 en C 102      118 cm
mod   C 110 en C 114     115 cm
Vrije   hoogtc :           mod.   C 100   en   C 102        14   cm
mod   C 110 en C 114        15  cm
MOTOR
MOTOR UIT   HET KADER   (Frame)   NEMEN   (Modcllcn C 100 en C 102)
In de tekst zal telkens tussen haakjes de sleutelwijdtc van de bespro-ken bevestigirgsbouten of moercn worden aangegeven,
Draai de aftapplug (17 mm) uit hct carter en laai atle ohe er ull lopen. Maak de kabel van de batterij los. Neem het deksel van de lucht-filter af (10 mm). Neem het beenschild af, vier (10 mm) schroeven, daarna de achterste montage ptaatjes losmaken (14 mm). Neem daarna het motorspatbord af dat met vier |10 mm) bouten aan cilinderkop en carter vastgemaakt  is.
Maak de gehelc uitlaat los, twee (10 mm) moeren aan de cilinderkop en twee (10 mm) bouten waarmce dc uitlaatdemper aan het kader (frame) is bevestigd.
Maak de  elektriscne  kabel  van de   startmotor  los   (niet op C 100).
Maak de bougiekabel  los door het waterd»chte kapje te verwijderen Maak de bruine draad van dc geMJkrichter en de vier draden van de dynamo los   (wit,  geel,  blauw en groen/wit).  Dezc draden  zijn van snap-verbin-dingen voorzien en de kabels zijn aan de onderburs van het kader (frame) bevestigd met cen clip die zich vlak boven de gelijkrichter bevindt.
Demonteer de voetsteunen die aan het carter bevestigd zijn met vier (14 mm)   bouten met veerringen.
Maak hel onderste deel van de kettingkast los Itwee (10 mm) schroeven I en daarna ook het voorste aluminium gedeelte (vier kruiskop-schroeven),
Neem de ketting af door de verbmdingsschakel los te maken. Neem het kleine plastic achterdeel van de keitingkast  af,
Maak het rempedaal los en ook de veren van het stoplichtcontact. Plaats een draagblok onder de motor en maak de bovenste en onderste montagebouten los. De motor kan nu uit het kader (frame) gelicht warden.
DEMONTEREN  VAN   DE  MOTOR
Maak het versnellingspedaal en startpedaal los (10 mm). Let op de stand van elk pedaal alvorens ze van de as af te nemen (pedalen en assen dragen merktekens).
Maak de twee klepinspcctiedoppen los 117 mm) en de olietoevoer-pijp naar dc tuimelaar   (IC mm).
Maak het kettingtandwiel los dat op de secundaire as is vastgemaakt met twee   (10 mm)  schroeven en een borgplaat
Neem de stator dekplaat af en maak de biauwc draad van de condensator los. Neem nu het carterdeksel waarachter zich de stator en de startmotoraandrijving bevindt (die een geheel vormen). Dir deksel is aan het carter vastgemaakt door vier kruiskopschroeven. Indien hot Uw bedoelmg is de plaat (waarop de onderbrekerhamer en de condensator gemonteerd zijn) te verwijderen, dan is hel raadzaam een merkteken aan te brengen op stator en plaat, teneinde het afstellen bij het monteren te vergemakkelijken
*   IraTfucfta betfcMcndc model C 100. *•   )n*tructi« bfttrtflmd* model C 1C2.
Maak de grccn-wit gestreepte draad van de vnjstand verklikker-scHakelaar los en verwijder de stater van hot linkerdeel van hot carter (drie kruiskopschroeven}.
Houdt de rotor tegen met het speciale gcrcedschap en draai de centrale bevestigingsbout los Neem daarna ook het ontstekingvervroegings-mechanisme weg< Verwijder nu de rotor en het aandr-jfkettingtandwcel van de starter met de speciale trekker die bij hel Spare Parts Dept. (Wlssel-stukken I le verkrijgen is. Verwijder de spie van de krukas Maak de startmotor los d»e aan het carter bevestigd is door dne (10 mm) botiten. Neem nu de ketting en het ketingtandwi^i van de starter a* Een speciaol roller-type drijfkop is in het tandwiel  mgebouwd.
VxtAthoud* n   tvi«  d* ti>U/T  wtfl  htt  spvcxotc                      Afnemm  ran rf"  rotor
ffrrredschap om d* bout te kunwm toxdraaien.         met dc sptriatc tfkktr t»e van de bus len opzichte van de gleuf in de as genoteerd worden (de as van het jtartermecfianiwne en dc bu> dragen overeen*temmende mcrktskens).
DEMONTEREN  VAN   DE  SCHAKELKLOK EN  VERSNELLINGSTANDWIELEN
Verwijder de rubber step uit de linker carterhelft welke zich naast de schakelaar van de vrijstand verklikker bevindt.
Verwijder hicrna de |10 mm) schrocf en ring waarmec de schakcl-kfok aan het carter bevestigd is. De schakelklok en de tandwielen kunnen nu van het eigenlijke carter verwijderd worden.
De tandwielen, drukringen, circlips, enz. 2ijn als volgt op de assen gemontcerd :
a.      Primaire as : drukring, tandwiel van dc hoogste versneliing (derde), spiebaanring, circlips, landwiel vsn de 2e versneliing, het tandwiel van de le versneliing, dat een geheel is met de primaire as, en tenslotte een drukring.
b.      Secundaire as : drukring, tandwiel van de 3e versneliing, afstandnng, tandwiel van de 2e versneliing, spiebaanring, circlip, schuifmof, cirdip, drukring, tandwiel van de  le versneliing.
De vorken van de schakelklok worden op hun plaats gehouden door ingeschroefde 110 mm| pennen en ringen, terwijl het contact van de vrijstand-verklikker aan het uitemde van het schakclmechamsme beves-tigd  is.
DEMONTEREN  VAN   DE OLIEDICHTRINGEN  VAN   DE   LINKERCARTER EN   HET  KOPPELINGSDEKSEL
In het linkercarter bevinden zich de volgende drie oliedichtringen : krukaslager ,secundaire aslagcr van de versnelhngsbak en versnellingspedaal. Deze oliedichtringen kunnen gemakkclijk verwijderd worden door ze met een buis, waarvan de diameter iets klcincr is dan de buitendiameter van de oliedichtring te duwen. Op dezelfde manier kan ook de oliedichtring van het startpedaal  uit hef  kcppelingsdeksel  verwijderd worden,
Verder heeft model C 102 ook een oliekeerring in het kettingtandwiel van de elektrische startmotor.
VERWIJDEREN  VAN DE KRUKASKOGELLAGERS
Dc krukaslagers zijn op hun plaats geperst en wij radon aan een trekker te gebruiken om z€ er uit te nemen en/of te vervangen* Als men echter geen trekker b«j de hand heett voor het monteren kan het werk uitgevoerd worden met eert stukje pijp en een hamer.
INSPECTIE  EN  ONDERHOUD     All,   model I on)
Alle onderdelen wcrd^n eerst gereinigd. Na het reinigen moet elk onderdeol zorgvuldig nagemoten worden, De verkregen gegevens worden nu  vergeleken met de gegevens op pag.  7.
OPNIEUW   MONTEREN   VAN   DE  MOTOR   (Modellcn   C 100  en   C 102) PLAATSEN  VAN  DE  KRUKASLAGERS IN  HET MOTORCARTER
Controlcer dc lagers zorgvuldig op slijtage. Gebruik een kleine hand-pers of een holledrevel van geschikte grcotte en een hamcr om de lagers in hun kooien te perscn. Smeer de lagers met een weinig olie en controlcer of de lagers licht draaien. Bij de verdere montage alle onderdelen met olie monteren.
OLIEDICHTRINGEN
Deze kunnen op hun plaats gebracht worden met behulp van een stukje pijp waarvan de buitendiameter gelijk is aan de buitendiametcr van de oliedichtring.
TANDWIELEN   EN   LINKERCARTER
Om de rentage gema*kcli|kcr uit te vceren Is hct raadzaam het |[n« kercartcr op t*ee houten Nokken op een werkbank of een specialc motor-bank te plaatien zodat dc assen vri| liggen. De binnenkant van het carter moet naar boven gekecrd zi(n.
Monitor pile tnndwl«l«n4 rirrhp*, druknnoen, afstandringen, enz. op beide assen in omgekeerde volgordc als bi) het demonteren. Plaats de vorkcn van de schakelklok op hun respective plaatsen op de schuifmo* van de secundaire as en het tandwiel von de tweede versnelhng op de prlmalre as (neem de tandwielen in de hand met de secundaire as aan de linker zijde en dc primairc as aan de rechter zijde, plaats de schakelklok zo dat de achterste vork in de schuifmof van de secundaire as past en dc voorste vork op het tandwiel van de iwccde vcrsnelling van de pri-maire as).
Neem nu de landwielen en de schakelklok in de rechterhand, en laat re samen in het carter glijden, er tcgelijkertijd zorg voor dragend dat de secundaire as in het kogelUger geschoven wordt en de primaire as in dc bus, met net conische uitcinde van de schakelklok in haar huis. Monteer de schroef met ring (10 mm), die dc schakelklok op zijn plaats houdt Na het vastxettcn de rubber stofdop op zijn plaats drukken*
AS   VAN   HET   STARTPEDAAL   EN   STARTEIPAL
Als dc s'arterpal van dc as is afgenomen, moet deze het eerst weer gemonteerd uorden, en wel zodanig dat de merktekens op kooi en as in elkaars vcrlengdc komen te liggen Ce andere onderdelen van de as van het startpedaal worden dan gemoniccrd in omgekeerde volgorde van demon-tage. Plaats het startmecHanisme in hct linkercarter, en zorgt dat dc pen van de bcdicningsplaat op haar plaats koml te zitten in hct gaatje van het carter.
KRUKAS
De krukas kan nu in het linkercarter jemontccrd worden met de as met spiebanen naar boven terwijl de drijfstang vrij moet kunncn bewegen In dc dtiarvuur   bcMcmdc Opening.
Monteer de uitlaatklepstoter licht ingevet in het linkercarter cm te voorkomen d niet uitgerckt is. Indien U ook maar in het minst  twijfclt, monteer dan een nieuwe circlip.
MONTAGE  VAN  DE  KOPPELIMG
Plaats de vier verOrt in hel kcppelirvjshLiis, met de koppelingsplaat op de veren en breng de vier kruiskopschroeven op hun plaats. Draai de schroeven goed vast.
De vier trillingsdemperveren zorgvuldig op hun plaats brengen met een kleine schroevendraaicr. (Zorg ervoor dat re correct op hun plaats komen te zittcn.)  Hierna nogmaals op juiste montage controleren.
Plaats nu de koppeling op de werkbank met de vierschrcefkoppen naar beneden, zodat de koppeling op doze vier schrofcven rust, Breng de acht rollen op hun plaats en daama de nict beklcdc koppellngsplaat met de vier pennen, om dan in de volgende Orde verder t# gaan :
Het -centrale tandwiel, een beklede drukpiaat, de dunne nlet beklede plaat, een beklcdc plaat, de vier kleine ontkoppelingsv-eren welke Over dc vier pennen van de ecrstc onbeklcde plaat komen te zitten ; daarna de buitenste onbektede plaat. In deze plaat bevinden zich vier gaatjes waarin de veernng van 101 mm in de grcef, Plaats de bronzen bus in het midden van  het aandrijftandwiel.
Bcljngrijk : v66r de montage alle onderdelen van de kcppellng insme-ren met ohe
Plaats de koppeling nu op de krukas en monteer de borgring en dc mocr met inkepingen, draai de mocr werkelijk goed vost en buig een lip van dc borgring in een inkeping van de moer.
Druk het kogellager met kooi in het midden van het koppelingshuis en plaats de arm yan dc bedJeningsplaat in het kcg*llager, monteer de bedieningshefboom met ring in de versnellingsbakas, zoals aangeduid op de afbeelding van pagina 8, en plaats de trlllingsdempervecr op de bedie-ningsplaat,
KOPPELINGSDEKSEL  EN  OLIEPLAAT
Plaats de dekselpakkmg over de twee pashuisjes, tegen het carter breng dc twee vcren van de olieplaat op Hun plaats in het koppelingsdeksel en plaats de olieplaat in het carter over het landwiel terwijl 0 er zorg voor draagt dat de tong van de plaat past in de uitsparing in het Carter. Breng wat olie aan op het uiteinde wan de startcras cp de plaats van de oli-e-keerrirg, monteer het deksel op Het carter en schroef de negen kruiskop-schroeven vast.
STARTERTANDWIEL, STARTMOTOR, ROTOR, STATORSPOELEN,
EN  ONTSTEKINGSVERVROEGINGSMECHANISME   lAllecn model C 102)
Schuif het door de stdrtmotcr aangedreven tandwiel op de krukas on breng vcrvolgens het blokkeerplaatje met dc knjiskopschroef aan. Monteer de ketting van de startmotor op hel tandwiel en schuif de startmotor zodanig in zijn hui$ dat de ketting Over het kleine tandwiel aangebracht kan worden. De klem van de starterkabel moet naar de cilinder gekeerd zijn. Breng de drie (10 mm) schroeven aan die de startermotor op zijn plaats houden en draai  ze vast.
Monteer de spie van de rotor in de krukastap en schuif de rotor erop, doch met de grootste vocrzichtigheid, omdat de drijfkop, die deel uitmaakt van de basis van dc rotor, precies moet overeenkomen met het draagvlak van het aandrijvingstandwiel.
Direct na de montage moet nagegaon worden of de drijtkop correct werkt door de rotor in de richting van de wijzers van een uurwerk te draaienf waarbij het aangedreven tandwiel met de rotor moet meedraaicn ; wanneer de rotor in tegenovergestclde richting gedraaid wordt moet de rotor niet meegenomen worden.
Plaats het automatisch vervroegingsmechanisme bovenop de rotor, waarbij het pennetje in de basis van dit mechanisme in het daartoe bestemde gaatje aan de bovenzijde van de rotor geschoven moet worden, breng de ( H mm) schroef en ring op hun plaats en draai ze vast terwijl U de rotor vast houdt met het speciale gercedschap. Controleer of het vcrvroegings-mechanisme vrij kan werken.
Plaats de statorsp&el op zijn plaats in het carter met de afstetlingspijl naar de achterkam van de motor gekeerd Monteer de drie kruiskepschroe-ven, Plaats de elektrische draden in de cartergroef en verbindt de scha-kelaar van de vrijstand-verklikker
Monteer het deksel van de startmotor cp het carter, waarbij de blauwe draad van de condensator door de inspectieopening geschoven moet worden. Monteer daarna de vier kruiskopschroeven.
AFSTELLEN  VAN DE ONTSTEKING-MONTAGE
VAN   DE   CONTACTHAMER    (Allccn   vocr   model   C 102)
Vr het stellcn van de ontsteking op model C 100 gelden dezclfdc instructies als voor rncdcl C 110   (zie pagina 271
Plaats do montageplaat van de contacthamer, r^onteer de twee schroe-ven en draai de*e voolopig vast.
AFSTELLEN VAN  DE ONDERBREKER-CONTACTEN
Alvcrcns tot het o^stellen van de ontsteking over tc gaan is het nood-zakelijk dat de voile opening van de onrferbrekor-contacten precics op 0,35 mm gesteld wcrdr Deze afstelling gobeurt als volgt : op de boven-lijde van de ondcrbrcker is een korl rood streepje aangobracht om de correcte afstelpositie aan tc geven. Het is noodzakelijk dat d t rode streepje prccies met het midden van de hiel von de onderbreker samen-valt wanneer de afstand tussen de conracten op 0,35 mm afgesteld is. De afstclling gcbeurt doer de twee schroefjes de de montageplaat vasthouden iets los te draaien en de montageplaat zelf te draaien dcor middel van de excentrrsche schroof. Na het afstellen op 0,35 mm en het vastzetten van de montageplaat moet de afstelling opnieuw gecontroleerd warden omdat bij hel v4$tzett;n van de montageplaat de atstelling gewi|zigd kan zijn.
Juvttt* n*atti*r »w#r htt atatvltvH raw dc" a/Btond t\uut*u d* contact tn van dv OOHJdrf* ham+r* 1M xtrct:p)t op lie nok tWWl precir* m€t  hrt  tniddm   Vmi  tic  hiel  van  dr*  ondtr-
AFSTELLEN  VAN  HET ONTSTEKINGSTIJDSTIP   (Allecn  model C 102)
Als bij het demontercn een merkteken is aangebracht op de plaat en op het carte**, kunnen de merktekens b j het monteren weer s«amen-vallcn. Als gcen merktekens aangebracht werden of als er een nieuwe plaat of contacten werden qemontcerd, raden wij aan, bij het afstellen dc montageplaat tov de uiterste mantagepunten in het midden te plaatsen, Op de buitenkant van de rotor bevinden rich vrer strcpen die door het kijkgat
lift optttett mk rf* tonduttm  mwf
bt$\nn*n  op hrt  opcnbHk  uxtarop rf**
*   F >~&tr*rp    i\>^r    h?t    p\*U)p    Wi«'
(model V §92 f.
lichtboar zijn, Een strcep is gemerkt « T » voor « Top dead center », AL bovenste dcde punt (B.D.P.) en een twccde strcep gemerkt « F » voor « Firing point »f d.i, ontstekingstijdstip, De beide andere strepen geven de twee uttcrste penten van de ontsteking aan.
Craai de motor in tegengestcldo richtmg van de wijrers van een uur-werk( gezien wan links, zoals de motor in het frame van de machine is geplaarst) tot het c F » teken van de rotor precies samenvalt met de pijl die zichtbaar is door het kijkgat. Op dat ogenblik moeten de contactpunten juist beginnen te lichten (een voeler van 0,04 mm moet precies tussen de contactpunten geschoven kunnon worden!
Als de contactpunten ncg niet openen cp het ogenblik dat de strcep prectcs voor de pijl staat, dan is er nacntsteking, en om dit te verhelpen mcctcn de twee kiuiskcpschroeven van de montagcplaat iets losgedraaid worden en de montageplaat in de richtmg van de wijters van een uurwerk gedraaid worden tot dc contactpunten open gaan (spehng 0,CH mm). Als daarentcgen de contactpunten reeds geopend zijn op het moment dat de « F » strcep voor dc pijl komt tc stoan, dan i; Cr tevfcel voorontsteking, wat verholpen wordt door de montagcplaat in tegengestelde richting te draaien, tot de speMng 0,04 mm bodraagt cp het moment dat de twee merktckens samenvallcn. Nadat de afstelling nauwkeung uitgevocrd is, mceten de twee kruiskopschroeven van de montageplaat vastgedraaid worden en de blauwe draad van de condensator aan zi|n klem vastgemaakt worden
Een speciale tester vcor de elektrische installatie inclusiel stroboscoop voor het nauwkcurig afstellen v^n het  ontstekingstijdstip  is beschikbaar.
CILINDERKOP EN TUIMELAARS
Wij gaan uit van de veronderstelling dat het nodige reparahewerk reeds is uitgevoerd, d.i. sfijpen van de kleppen, vervanging van de veren, enz.,
Votgorde i*ior htt raatMffm                        A/sUUen van de klcf*pclina<
van de cihndtTkap.
volgens de instructies van do e*rste pagina's. Het monteren van de cilrn-derkop gebeurt als volgt ; plaats in de cilinderkop de koperen pakking, alsook de twee n pakking wv>r7nm *»n df> tlcns van de carburator van een   ¦ Ox   ring.
Verwijder nu het deksel van het ki|kgat van de koppeling, maak de bedieningskabel los en verwijder hem.
Maak nu de veer van de stoplichtschaketaar los, alsook de veer van het rempedaal Verwijder het schakelpedaaL Neem het deksel af van dc vliegwielmagneet, Dit deksel is met vijf kruiskopschroeven vasfgemaakt. Neem de voetsteunen af   Ivicr   (H mm)   bouten en ringenj
Neem het ondsrste deel van de kettingkast af en verwijder de aan-drijfketting. Neem nu het achterste plastic gedeelte van de kettingkast af.
Neem de bougie kabel af en verwijder het kruiskopschroefje dat het beugeltje van de hoogspanningdraad &ir\ het  carter vastmaakt.
Maak devijf draden vsn ce vltegwiel-magneet los. Deze draden bevin-den zich in het kader (frame) achter de batterij. Dc draden zijn resp. zwart, green, geel, wit-groengestreept  en  licht-groen-roodgestreept.
Plaats een houtblok van voldoendc grootte onder het carter om het gewicht van de motor te dragen, verwijder de twee (14 mm) motor-bevestigings-bouten en licht de motor uit het kader   (frame).
DEMONTEREN  VAN  DE MOTOR   (Modellcn C110 en C 114)
Verwijder Het kickstarterpedaal   (10 mm)   bout. Het pedaal en de as
zijn gcgrcefd en zijn voorzien van merktekens om ze  m de juiste stand
re kunncn monteren,
Draai dc twee schroefdoppen van de tuimelaars los met een  17 mm
sleutcl. Verwijder het kettmgtnndwie! dat op de secundaire as vastgemaakt
is met  twee  ( 10 mm)   schroeven en een borgptaat.
Neem de (14 mm) moer en ring weg die het vliegwicl cp de krukas bevestigen en gcbruik de speciale rrekker om her vllegwiel van de krukas af te nemen.  De trekker heeft een Itnkse draad.
Maak de groen-roodgestreepte draad vsn de vrijstand-vcrklikkcr los en verwijder dc kruiskopschroef en plaat die de schakelaar bevestigen. Neem ook de scnakclaar weg.
Verwijder nu de twee kruiskopschroeven die de spoelenplaat aan het carter bevestigen en neem de spoelenplaat met de draden eruit. Neem  tenslotte de spie uit de  krukas*
DEMONTEREN  VAN   DE TUIMELAARS,  DE  CILINDERKOP EN  DE  CILINDER
Het iuimelaarhuis is bevestigd met vier bouten : twee lange en twee korte.  Schroel deze bouten los en neem het  huis van de cilinderkop af Dit wordt door twee paspennen precics op zijn plaats gelcid.
Neem dc klepstootstangen weg.
Schroel de vier bouten van de olinderkop los en licht deze van de cilinder. D*t moet met de grootste voorzichtigheid gedaan worden omdat de cilinder aan het carter kan blijven kleven. Tussen cilinder en carter bevindt zich een pakking, terwijl cilinder en cilindcrkop door ringen gescheicen  zijn
ZUIGER, UITNEMEN  VAN  DE  KLEPPEN, AFNEMEN  VAN  DE TUIMELAARS
Hiervoor gelden de zclfde instructies als voor model C 100 en C 102.
A/M'mrn win hct krttingtnnduHtt      ftapfWinj/. vltehakfa  (utadet C HO en G Hit* fulle mwtetlcH).
AFNEMEN  VAN  HET  DEKSEL VAN  DE  KOPPELING
Dit deksel is door negen kruiskopschroeven aan her carter vastge-maakt. Het deksel kan afgenomen worden door eenvoudig doze negen schroeven los te maken. Tussen deksel en carter bevindt zich een pakking die ook verwijderd moot worden, Nadat de negen kruiskopschroeven los-gedraaid zijn *al het deksel neiging hebben om utt te wijken onder Invlocd van twee kleine drukveren m het deksel Het doel van deze veertjes is, de oheplaat v£6r het aandrijltandwiel van de nokkenas op haar plaats te houden. Ook tfeze plaat kan weggenomen warden
Aan de bedienmgshcfboom van de koppeling bevindt zich een olie kopje dat samen met de bedieningsheiboorn vcrwijderd kan worden. Dit oliekopje is vastgemaakt aan het uiteinde van de helboom die in het midden van de pnmaire as is gestoken. Demonteer het koppelmgsdruklager met kooi uil midden van de koppeling. Het onlkcppelingsmechanisme bevindt zich in he: deksel en bestaat uit een vaste en een beweegbare nokplaat
Tussen de nokplaten bevindt zich een vlakke plaat waarin zich drie stalen kogcls bev:nden De koppeling wordt ontkoppeld wanneer de beweegbare nokplaat gedraa^d wordt, wat het geval is wanneer de koppelingshef-boom aangetrokken wordt. In hei midden van de nokplaat bevindt zich een regelschrgof terwijl het kcppelingsdekscl voorzien i$ van een olie-dicntnng.
a)      AFNEMEN   VAN   DE   KOMPLETE   KOPPELtNG    (Moddlcn   C 110   en CU4).
b)      VEKWUDEREN   VAN   HET   AANDRIJFTANDWIEL,   DE   NOKKENAS, HEr DISTRIBUTIETANDWllL, DE TERUGSLAGVEER VAN DE KICK
STARTER   (Modcllon C 110 en C114).
C)       SCHEIDEN VAN   DE CARTERS   (Modcllcn C 110 en C 114).
d)      V£*WIJDEREN   VAN    HET   STARTMECHANISME    jModcllcn   C 110 en C 114).
o)     AFNEMEN   VAN   DE SCHAKELKLOK EN   DE TANDWIELEN   (C MO en   C  114).
Voor de puntcn {a) tor en met (c| hierboven gelden dezclfdc instruc-tics a!s voor de modellen C ICO en C 102.
Voor punt   (e)   gelden de volgende instructies :
Ve'wijder de rubber slop (plug) die rich naast dc soakelaar van de vnjstanti-verklikker bevindr
Neem de (10 mm) schro*>f en ring weg d>e de schakelklok in hot carter beveshgen ; en neem de sctaike'klok somen met de tandwielen uif het   carter
De landwielcn druknngen, crclips, enz. zijn in de volgende rangorde oo de assen gemanteerd :
Primairc as : drukring,   tandwiel van vierde versnelling,   spiebaannng,
circlip, tandwiel van derde versnelling gecombineerd met schuifmof, cir-clip,   ipebaannng,   tandwiel   vari   tweede   versnelliog,   tandwiel   van   eerste
vecsnellffig cat deel uitmaakt van de pnmatre as en tenslotle ten drukring.
Sccundaire u : drukring, 1.
DEMONTEREN   VAN   DE   KOPPELING   (Modcllcn   C 110 en   C114)
Om de koppeling te demonteren moct cen trekker of een pers gebruikt woiden. Ga ah v^lgt te werk :
Verwijder de bronzen lager-bus uit het midden van het aandrijftand wiel.   Neem dc vier   trlllingsdemperveren uit   het voorstuk   van het koppe-lingshuis door middel van een kleine schroevendraaier
Gebruik nu de trekker oi eon pers om de koppelingsveren voldoende samen te drukken om de 101 mm circlip te kunnen verwijderen Maak de trekker los en de koppel>ngsplaten, enz kunnen nu in de volgende volg-orde uitgenomen worden : aandrijltandwiel, vlakke plaat, beklede plaat, drukplaat, de acht koppelingsveren en tenslotte het koppelmgshuis.
Piaats alle cnderdelen in de volgorde van demomage en onderzeek ze alle   zorgvuldig atvorens ze opnieuw   re   mootreren.
Ond*rdrt*n  van   dr  koppeitng                 Snme*drukk#u   iwi   d*   koppettnfj  tuct
(modtil  C ttO  en  Cftih                      hrt *n*vHaai fffiirrdxchap  'model V W
OPNIEUW   MONTEREN   VAN   DE   MOTOR    (Modeller!   C 1 10   en   C 114)
Verschillendfr gedeeUen van deze montage  zijn dezelfde al$ die van de motor van model C 100 en C 102.
PLAATSEN   VAN   DE KRUKASKOGELLAGERS IN HET MOTORCARTER
OUEDICHTRINGEN
TANDWIELEN   IN   HET   LINKERCARTER
STARTERAS   EN   STARTERPAL
KRUKAS
RECHTERCARTER
KETTINGTANDWIEL
ZUIGER  EN CILINDER
NOKKENAS   EN   AANDRIJFTANDWIEL
MONTEREN   VAN   HET   VERSNELUNGSPEDAAL,   SCH AKELGAFFEL   EN VEER
TERUGSLAGVEER   VAN   HET STARTMECHANISME
HOOFDTANDWIEL
Vocr allc hierboven vermelde punten golden dezel-fde mstructies als voor model C 100 en C 102, z\e resp. pag 16,  17,  18 en 19.
OPNIEUW   MONTEREN   VAN   DE   KOPPELING
Dit opnieuw momeren moet gebeuren in orngokccrde volgorde van het demonteren, waarna de bronzcn bus in hot midden van het aandrijf-tandwiel geplaatst kan warden. Vervolgcns moet do kcjjpeling op de spie-banen van de krukas gemcnteerd worden Plaats nu de borgplaat en de moer me! inkepmgcn. Draai dc moer goed vast en berg de mocr door een der Irppen van de borgring in een inkeping van de moer te buigen.
Plaats het koppelirgsdruMager met kcoi in het midden van het kop-Delingshuis en plaats de bedieninghelbcom en het olieskopje in de holle primaire as,
KOPPELINGSDEKSEL  EN OLIEPLAAT
Zclfde  instrudies als voor   modeltcn C 100 en C 102,  zie pag.  20.
SPOELENPLAAT,   VUEGWIEL   EN   AFSTELLEN   VAN   ONTSTEKING (Modellen   C 100,   CI 10   en   C 114)
Monteer de spaelenplaat in het carter* en sehfeef de twee versonken
kruiskopschroeven vast
Kijk goed of de spoclenplaat wel degelijk tot op de bodem van de montagepunten aangedrukt is, ten einde te voorkomen dat de ijzerkern der spoelen tegen het vhegwiel aanlopen.
Plaats de spie in de krukas, monteer het vliegwiel en zet de moer mot veer-ring vast.
Draai het vlicgwiel zolang tot de onderbrekerpunt<>n beheel geopend zijn. Co opening kan met een vcelmaat gem e ten worden en moet 0,35 mm zljrt
Is deze afstand meer of minder, dan de bouten van de montagcplaat von de onderbrekerhamer les draaien en dc plaat naar links of rechts bewegen Voor dit doel is con groef in de rand van de spoelenplaat en een uitsparing in de montageplaat gemaakt waar het Mad van een schroe-vendraaier   in past,
Als do contactpunt opening van 0,35   mm bereikt   is, meet   de mon tageplaat weer vast gczet worden waarna opnieuw gemeter moet warden om te ccntrderen of bij het vastzetten de afstand niet gewjjzigd is.
Draai het vliegwiel ru tot het merkteken « F » op het vliegwiel tegenover de inkeptng op de rand van het carter staat Op dit ogenbhk moeten de contactpunten beginnen te openc-n. Als dit niet precics uitkomt en de contactpunten openen lets vroeger of later, meet her juistc tijdstip qevonden wcrden dcor de montageplaat van de contacthamer iets naar inks of rechts te draaien Dit is de cnige manier van alstellen omdat de spoe-tenplaat zel* niet verdraalbaar Is,
Als de contactpunten v66r it F » openen staat de ontsteking te vgccj, als de contactpunten na « F * openen staot de onrstekmg te laat
De oigenhjkc cont.ictpunt opening  ligt  tussen 0,30 en 0,^0 mm.
Mcrktrfaii*   ion   nut  ito vut*ti?ktn*j fw  regotvn   inn  de  p/ffffHd fiuwtt*  dr rvntacteu  van  tic Qtutorbrrtcrr  cning$plaat in contact gebracht met het mecha-nisme en, wanneer men verder draait. wordt druk ultgeoefend op de veren, waardoor de koppelmgsplaten neiging tot slrppen rullen vcrtonen. Na hot stellen moet men er goed op lettcn de borgmoer vast  le zetten.
Het is niet mogelijk de correcte afstelling van de koppeling te con-troleren door op het kickstartpedaal te duwen, omdal hierdoor het speciale startmechanisme   in de koppeling   in werking treedt.
•¦>
J undu *' I    mtf    inyebuuted*   iirijfkop t i model C 102.
Kcnmcrkcn van dc battcrijen i
Spanning                       ......
Capaateit in A/u bij ontlading van   10 u
Beg mlaadst room  in amperes
Normalc  laadstroom  in amperes
Electrolite Inhoud in lifers
Specifiek   gewicht   van   het   vul-electrolite
bii 20*C    ,   ,   .   ,            ,   (   .    ,
l 28G
MBC  I-6A	MBQ 8-6
6 V	6 V
2	11
0,2	1.1
0,2	1.1
0,09	0,36
I ?60
V0ORZ0RGEN  BIJ  HET  IN  BEDRIJF  NEMEN
De batten) bevat droog geladen platen, dech geen ctcctrclitc* Wan-ncer de batterij onmiddellijk in bednjf genomen mocr worden of wannec bij gebr^k dan t\\d of aan electrische uitrustmg hct geven van een begin-lading onmogetijk is, kan de batterij zo in gebruik genomen worden. Het is echter aangeraden aan de batteni een zekere begm- of aanzctladmg te geven om van een goedc werking verzekerd te zijn.
VULLEN MET VERDUND ZWAVELZUUR
Verwjdcr dc ventilatiedop en bevestig het pijpje. Gebruik voor hct vullen v<»rdund zwavelzuur van het opgegeven sp*>cifiek gewicht (zie tabel) waarvan de temperatuur v66r het ingieten beneden ) de modellen C 110 en C114 aan de linkcrzijde, achter het plastic-dckscl. Een van de batterijkabels bevat een smeltzekering in een afneembare houder Bij installatie moet dcze zekc* ring gecontrolcerd worden. Zorg ervoor dot de buitenkant van de batterij Steeds schoon gehouden wcrdt en dat het ventitatiepijpje nlet verstopt is.
Kijk regelmatig het electrolytepeil na en gebruik alleen gedisttlleerd water om op peil tc brengen.
De electrische hoom, de richtmgaanwijzer, de vrijstandverklikker, cnz. worden rechtstreeks door de batterij gevoed, terwijl de kop- en achter-lichten door de dynamo gevced worden uitgezonderd bij model C 102 waar ook dc lichten door dc batten j  gevoed worden
Laat de motor nooit draaien zonder eerst dc batterij aangesloten te hebben daar  anders de gelijkrichter onherstelbaar  bescHadigd wordt
SCHAKELAARS
VERLICHTING  EN ONTSTEKING
Alle modellen ztjn voorzien van een cornbmatieschakelaar waarvan de sleutcl alleen kan worden uttgenomen wanneer hi| zich in stand « I » bevtndt, dit is « off ». Dit is door een zwart puntje aangeduid, terwijl de twee andere standen door rode punten aangegeven zijn*
Het eerste rode punt is beslernd vcor het rijden bij daglicht. De ontstekmg, hoorn, ridncngaanwijxers, het stoplicht en vrijstandverklikker zijn aangesloten en de sleutcl kan niet uttgenomen worden.
Op het tweede rocie punt worden ook de lichten mgeschakeld welke alleen branden wanneer de motor draail (uitgezonderd bij model C 102J * De sleutel  kan niet uitgencmen worden,
Als een van deze instrumenten niet normaal functicneerd moet en ecrst dc electrische kabels en hun verbindmgen van het bctreffende onder-deel gecontroleerd worden. Indicn de kabels in orde zrjn mag hieruit opgemaakt worden dat de combinatieschakelaar stuk is en moet vervangen worden   Dcze schakelaar  is met  een schroefring bevestigd.
RICHTINGAANWIJZERSCHAKELAAR   EN   DIMSCHAKELAAR
Ceze schakelaars zijn resp. tn het rechter- en linkerhandvat mgebouwd. Zij zijn van gelijke CQnstruciie en de meest voorkomende oorzaak van defecten is corrosie van de contacten en indnngen van vuil. Deze scha* kelaars kunnen gemakkelijk afgenomen worden en dc contacten met fijn schuurp3pier gereinigd worden.
VRIJSTANDVERKLIKKER
Dcze bevindt zich op de Itnkerzijde van het carter, vlak boven hel kettingtandwiel en wordt door hct versnelhngsmechanisme bediend. Bij storing ligt de oorzaak gewoonlijk in beschadiging van de schakelaar of van de kabels, Als ccn schakelaar gcdemonteerd >s moet er voor het w<;er monteren op gelet worden dat de rubbcrafdichtring volkcmen gaa( is
DRUKKNOP VAN   DE  HOORN
Deze bevindt zich op het linkerhandvat samen met de dimschakelaar Wanneer de hoorn niet werkt, moet de oorzaak hiervan gewocnlijk in hel contact gezocht worden. Reinig de contactpunten met fijn schuurpapier, Indien een knop vervangen moet werden zullen beide, dit is, hoorn en dimknop, vervangen moeten worden omdat de kabels uit 6en stuk bestaan.
ELECTRISCHE  HOORN
Deze »s van het gelijkstroom type met een volume van 90 a ICO phones Op een afstand van 2 meter Het stroomverbruik bedraagt hierbi) circa 0,6 a 0,8 amperes.
Wanneer de toon van de hoom te laag of te « ruw » wordt, moot de oorzaak gewoonlijk niet in de hoom, maar wel in een gedesltelijk ont-laden battcrij of m «n slechi contact gezocht worden.
Het geluidsvolume is regclbaar door een schroef die rich achteraan de hoom bevindt
Om de hoorn te kunnen demonteren meet eerst het gehele koplamp-huis verwijderd worden.
RELAIS VAN  DE  RICHTINGAANWIJZER
Het relais is, b| alle modellen, naast de batterij gementeerd. Dit relays levert normaal 70 a 100 knippenngen per minuut, De knipperlichten zullen slechts werken wanneer het gloedampje van de juiste spanning en stroom-stcrkte is, ramelijk 6 volt en 8 watt, Ook moeten dc beide fittingen, zowel voor als achter, goed in orde zijn omdat het systeem anders niet wcrkt.
Wanneer de richtingaanwijzer ingeschakeld is. en £en van beide zijden niet * knippert j>, maar ononderbroken gloeit, ol wanneer het knipperen onregelmatig is, of wanneer het lampje helemaal niel brandt, moet de oorzaak in het relais gezocht worden dat m dit geval vervangen moet worden* Controleer of Or nergens een ondcrbreking te vinden is, of eventueel een slecht contact  tussen battcrij en  relais.
KOPLAMP
Het glas en de reflector van de koplamp vormen een geheel maar de lamp kan aan tie achterkant van de reflector vervangen worden.
Draai de schroef los waarmee de lamprand is bevestigd Hierdoor komen reflector en glas samen los, en de fitting van de lamp die door een veer vastgehouden wordt. kan dan uitgenomen worden en de lamp vervangen,
Wanneer een draad van de gloellamp defect raakt moet onmiddellijk op de andere draad overgeschakeld worden omdat anders het achterlicht en het lampje van df? snclhetdsmeter overbelast worden en ock doorbranden (dit geldt alleen voor de modellcn C 100, C 110 en C 1 KJ >
De straalhoogte van de knoplamp is verstelbaar door een kleine schroef die zich direct  bovon de  schroef  bevindt die de koplamprand bevestigd.
SMELTZEKERING
In do positieve kabel van de batterij bevindt zich een smeltxekering van 7 amp. om de electnsche mstallatie te besthermen bij kortsluiting. Bi| model C 102 moet de zekcring  10 amp. zijn.
Vervang nooit een smeltzekering door een van een hogfcr amperage en controleer de bedrading op kortsluiting, alvorens een zekering te vervangen.
SELENIUMGELIJKRICHTER
Op alle modcllen is een sclcniumgelijkrichter gemonteerd. Op model ten C 1 10 en C 1 M bevindt deze zich binnen in he! frame, onmiddellijk boven de batteri). Er moet op gclet worden de motor nooit te laten draaien zonder cerst dc baUerij aan re sluiten, ook nooit zender sneltzekering, orndat dlt een venndering van de stroomrichtmg door de gelijkrichter veroorzaakt, hot geen aan deze laatste zijn doeltreffendheid doet verhezen, en hem zells, warneer dit iets langcr duurt, door verhitting buiten gebruik kan stellen.
CONDENSATOR
Dere is op de spcelenplaat van de vliegmagneet gemonteerd en is lussen de piimairc wikkeling van de ontstekingsspoel en de onderbreker gemen teerd.
De bedoeling van de condensator is hct overspringen van vonken tussen dc contactpunten re verhmderen, door £en kort moment de hoegspannings-stroom v^n de pnmaire wikkeling op te nemen. De condensator heett een capaciteit van 0,20 a 0,26 mfd
Om de condensator te controlcren, moct dczc cerst van de statorplaat atgenomen worden en cp een servicetester  getest,
Bij normale temperatuur geldt het volgende :
—   isolaheweerstanc hoger dan 5 megohm : condensator goed ;
—  (solatieweerstanc tussen   I  en 5 megohm : kan nog gebrjikt worden ;
—   isolatiewecrstanc  lager dan  I   megohm : onbruikbaar.
Bij het vervangen van de condensator moct or op gelet worden dat net hu>s van de condensator een goed massacontact heett op ce spoelen^ plaat.
Zie pag. 57 voor de mamer waarop gecontroleerd moet worden.
LADING VAN  DE 3ATTERU   {Modcllen C 100, C HO en  C114)
De taadstroom wcrdt opgewekt door een stroomspo^l die cp de stator-plaat gemonteerd is, en stroomt via een seleniumgelijknchter naar de batterij. De wisselstroom van het magnetisch vliegwiel word! w enkclfazig » gelijkgericht  (dit wil zeggen dat alleen de positieve hellt van de sinusoTde
doorgelaten wordt) alvorens de battenj te bereiken. De strcomspoel bestaat uit twee delen, Mn voor do lichtan «n ddrt voor het laden von de batteri). Bij het rijden 's nachts worden de lichten dus op wisselstroom van 6 a 8 volt gevoed terwi|l er steeds wisselstroom naar de gelijknchter gaat om de batten) te laden
CONTROLE VAN HET LADEN   (Modcllen C 100, C 102, C 110 en C 114)
Om laadstroom vast te stellen dienl een ampcre-moter (Dp de 2 amp schaal) in sene getchakeld te worden aan de draden van de zekenng-houder (in plaats vjn de zekcnng) in de positieve kabel wan de batterij, Start de motor en zie welke stroom door de dynamo geleverd wordt naar getang hct  toerentai,
Deze controle moet uitgevoerd worden met hct contactslot eerst op het eerslc tode punt, en vervolgens op het tweede.  Zie label
Modcllcn   C 100,   C 110 en   C 114.
	1.500	3.000	i 6.000	8.000
Laadstroom  in amp.   tic rode  punrl	0	0,2	0,2	1.5
Laadstroom  in amp.   l2e rode  punt|	0	0,2	0,4	0,5
Gloeilampspanmng   in   volt   .      .      .	-'-		8,0	8,5
Model C 102.
Motortoercntal per minuut .	1 500	3.000	6.000	8.000
Ljjtiitrcjm  in amp.   (Ic  rode   puni)	0	1.0	1.25	1.25
Laadsttoom  in amp.   (2e  rode  punt)	0	1,5	1,75	2,0
Bij het vervangen van de stroomspoei fhchtspoel) moet erop gelet worden dat Ceze in dezelfde « stand » geplaatst word! met de « slots » *n de fiber isolatieplaten naar de spoelenplaar gekeerd.
STARTEN   MET  EEN 0NTLA0EN   BATTERIJ   (Model C 102)
Het star ten met een cntladen batterij is magelijk indien het contact-slot niet op het twecde rode puni staat. Wanneer bij het rijden licht ncdig is moet men ce motor gedurende een paar minuten laten draaien voor de lichtcn ingoschokcld worden om ^an cc battenj een zekcre lading te geven
ELECTRISCHE STARTMOTOR   (Model  C 102)
Het is mogelijk deze startmotor van de motor af te nemen terwrjl de motor   in het  frame gemonteerd is   Handel als volgt :
Maak de kabel van dc startmotor  los.
Neem de vier kruiskopschroeven af die het deksel van het start* mechanisme aan het motorcarter verbmden en licht het deksel van de startmotor af (motorplaat en coodensatorkabel blijven aan het deksel ver-bonden),
Verwijder de drie kruiskopschroeven die de startmotor aan het carter bevestigen De startmotor kan nu verschoven worden om de ketting van het tandwiel af te nemen. Maak de ketting met een stuk draad aan het frame vast om te bcletten dat de ketting van het aangedreven tandwiel affoopt.
MONTEREN  VAN   NIEUWE  KOOLBORSTELS  OP  DE STARTMOTOR
Draai de twee schroeven los, die hot stofdeksel bevestigen en ver-wijder dit laatstc. Demontcer dc twee schroeven die de draden van de koolborstels op hun plaats houden.
Haak een stuk sterk ijzerdraad onder de vcrcn van de borstels en licht do veren op om de koolborstels uit de houders te nemen
De totale lengte van een meuwe kcolborstel bedraagt   11/5 mm.
Alvorens de nieuwe borstels te monteren moet gccontrolecrd worden of deze vrij in hun houders kunnen glijden en dat de collector schoon en met gegroefd is.
HET DEMONTEREN VAN  DE STARTMOTOR
Verwijder de twee schroeven die dwars door de startmotor gemonteerd iijn.  Dezc kan don van dc montageplaat afgenomcn worden. Deze plaat
maakt   d«l   uit   van hct   huia   vcn   hot   vertragingsmechani&mo.   De   at   van het anker is aan elk uiteinde van plaltc ofstandringen voorzien.
Neem het  a^ndrijftandwiel j»  dat cp de as vastzit met een circlip-
Verwijder de drie schroeven met verzenken kop die de twee hclften van het huis van het ver tragi ngsrnechanismc bevestigen en licht dc bovenste helft er af. Tussen de twee hel:ten is cen pakkmg gemontecrd.
De as van het vcrtragingsmechanisme draait in een kogetlager dat in zijn boring gehouden wordt door een clip.
Het vaste tandwiel is in he* huis geperst en word? vastgehouden door een pen. De twee vertragingstandwiclen zijn op hun asscn bevestigd mer splitpenncn,
De as van h«?t verfragingsmechanisme kan met een kunsthars hamer of een zachte doorslag uit het kcgcllager verwi)dcrd worden.
Alle onderdeten moetcn zorgvuldig gereinigd worden alvorens tot montage wordt overgegaan, terwjl de vertragingstandwielen gesmeerd moe-ten worden met eon vet van gocde kwaliteit op basis van Motybdeen, Disul* phide en lithium, Het kogellager en beide einden van de as van het anker moetcn   met   kogellagervet  gesmeerc   worden.  Op  de asuitemden   is  een
kleine hoeveelneid voldoende,
Tuswn het stortmotorhu*c en dc koolboret#U is «cn rubberpakk dc clip le vetjjtadlsen.
Druk de klemveer los, diede vlotterkamer aan de eigenlijke carburator bevestigt en laat de vlotterkamer zakken Tussen vlotterkamer en carburator bevmdt rich een pakking van syntheti&che rubber
Verwijder nu het asje waarop de dubbclc vlotter scharnierl, verwijdfir daarna de vlotter en de vIoHernaalri   De naald niet laten vallen.
De hoofdsproeier »s onder in de zeskanttge sproeiernaaldhouder geschrocfd, De naaldsproeier kan naar beneden geduwd worden nadat de sproeierhouder verwijderd is,
De stationairsproeier bev idi zich ook onder In de mengkamer naar de hoofdsproeier en kan eveneens met een schroevendraaier losgeschroefd worden.
Carburetor Kcihin rypc DP. 13.HOV — Lijst van d* ondcrdeler
1   Luchtventilatiestang.
2   Overlooppijpje.
3   Naaldsproeicr.
4   Naaldsproeier houder
5   Stationairsproeier,
6   Veer van   (7).
7   Luchiofstelschroef
8   Hoofdsproeier.
9   Gasschuif.
10  Gasschuifveer van  (9).
11   W vornvge naaldclip.
12   Naaldalstelclip van (13)
1 3   Sprocicmoold.
M Kabelhuls,
15   Gasschuil
16   Ring van (15)
17   Gasschuil  regefechrcet
18  Chokeklep,
19   Vlollerkamer
20   Pakking van (19)
21   Vlotter.
22   Zitttng van vlorternaald
23   Vloltcinaald,
24   Veer   v*n   (23),
25   As van chokeMep.
26  Chok chef boom.
27   Dcksel van 119).
28   Fittergaas,
29   Filterdeksel.
30   Benzinekfaunhefboom.
Jl   Ring   van   (30), tt   Kraandeksel
33   Pakking van de kraan,
34   Altapplug.
35   Ring van (311
36   Mengkamer
37   6 mm borgmocr.
38   Krutskopschroef 3x5 mm
39   Kruiskopschrocf 4 x 10 mm
40   Kruiskopschrocf 5 x 14 mm
41    « O » ring.
42   Veer van (17)
43   Kabelalsttllor.
44   Borgmoer van (43).
45   Vloitcmaaldborg clip.
46  6 mm borgring.
47   Veerrirg 6 mm,
48   it 0 i* ring.
49   « 0 * ring
50   * O »   ring
51   Fiberring 7   mm
52   Veerring 3 mm,
53   Veerrirg 4   mm,
54   Tickler.
55   Ticklerveer.
56  Aldichrring.
57   Veerring.
58   Veernng 2 mm
59   Ticklerplaar.
60   Clipring   15   mm
tVPff  D fmod*tt*n C
Ondcrdelcn   vjn   dc   carburetor Kcihin   type   PW, 16 :
1   Overlooppijpj£.
2   Mengkamer.
3   Naaldsproeier.
4   Stalionairsprocic
5   Hoofdsproeier.
6  Veer von   (7)  en
7   Luchtatstelschrcef.
8  Gasschuif.
9  Veer van   (8)
10  W vcrmige naaldclip,
11   Sproeiernaald,
12   Ringmc«r,
13   Gasschuifdeksel,
II   Pdkkincj.
15   Gasschuifregelscnroef
16  Chokeklep.
17   Vlotterkamer
18  Pakking van  (17). 18 Vlotter.
20  As van   (19)
21   Zitting van vlotternaald.
22  Vfouernaald.
23   Eorgnng   (6 mm
24   As van   de   choke
25  Cnokehefboorft.
26   Choketuimelarm.
27   Klemveer van vlotterkamer
28   Naaldhouder
29   Naaldafstelclip.
30   « 0 »  ring,
31   Fibernng 6 mm
32   Veerring 6mnv
33   Borgmocr 6 rtim.
34   Kapje van de g«kabel,
Carburator Kcihin  tyjH-  PW.lG
Atstdling   van   de carburatOr :
Hootdspr^tior          tf 85    3S.
StJtiOntiiriproeief    iV 35. Ga&rthmt                  rt* 2.
Sprooierr.iold           H*   16302,
Luchtr-egBlschroef   moe*   ¦   -   1 1/4  slag  uitgedraafd  ^orden  Om de
Juiste sF&teiNrig te verkrijgeri,
AFSTELLEN  VAN   HET  BENZINENIVEAU   IN   DE  VLOTTERKAMER
In de vlotternaald is een vccrtje gemonteerd om schokken op dc n.ialdzitting op te vangen. Bij het montercn van de naald moet er goed op gelet worden dat de naald gemonteerd wordt met do comsche punl naar de sitting Bij het controlcren of afstellen van het bezincmvcau moot volgens her onderstaande schema gcwerkt worden ;
Plaats de carburator cnderste boven, zodat de vlotterpenveer dcor het gewicht van de vlotters samengedrukt wordt.
Hcud dc carburator dan ondcr een hock van 50 a 70* van het ver-ticale zoals in de tekening aangegeven en meet de a fstand tussen de rand van het carburatcrhms   en de   buitenkanr van dc   vlotter*
De juistc afstand bedraagt 19,5 mm plus minus 0,5 mm Het afstellen kan geschiedcn door voorzichtig de veertong van de vlotter te buigen, waarbij men er zorgvuldig op moet letten dc respective oosities van de individudc vlotrers  NlET  te wijzlgen.
.>>   Loorfl«in  ten opnc-lo  van de 0ro**d.
I     Vloiler,
2.    Vlott*r*u*ld.
3      Vecriong   {hcfbooml   van  dc  vlot«rn^*ild.
4,     A*  van .     HuHtnkjnt  van  dc vloitci.
AANDRAAIKOPPELS
kgm
Glinderkopbouten..........                    0,805
Bouten van kleptuimelaardeksel.....                             0,749
Bouten van olictoevocrpijp naar klepstoters ,                                              0,691
Monlagernoeren von carburator                                 .       ,                             0,691
Vliegwielmoer..........                     3,047
Bout van  nokkenastandwiel                                 .                               1,800 a 2,178
Moer van voorwielas                                     .                       .       .    3,563 a 4,948
Moer van achterwielas........    3,563 a 4,948
Bevcstigingsbouf van voorrcm ankerpljat      .                                              2,770
Bevestigingsbouten van beniinetank        .                       .                             0,691
Bevestigingsbouten van vcetsteunen        ....                             2,-490
Moer   van   as van   achtervorkscharnierpunt       .                           .                    5,540
Bevestigingsmccrcn van achterveer elementcn      4       .      ,                    4,160
Moeren van kethngspanncrs......                             0,691
Motorbovestigingsmoercn en bouten.....                    2,770
Voorvcring, bovenste bout           .......                     2,770
Voorvenng, bout van schommel^fm  (as)                    .                             2,770
Tandwielnaaf  asmoer.........    5,540 a 6,920
Montagemoer   van   voorspatbord......                     2,770
Stuurbevcstigingsmcer   (C 100 en C 102)      .       .       .      .                    2,770
Stuurbevestigingsbcut   (C 110  en C 1141       .               .      .                     2,770
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK VAN DE     ELECTRISCHE     SERVICE - TESTER
VOOR
50

Het testapparaat is voorzien van drie smelt zckcringen van 0 A Indien een von deze zekenngen k smeh » door welke oorzaak dan ook, moet men er gocd op Ictten dat do nieLwe zekering van precies deielfde capacitert   (10 amperes)  moet zijn.
Een detrtje ondcraan de  testkast geelt   toegang  tot de  zekerngen.
CONTROLE   VAN   HET TOERENTAL      ail    modcllcit)
Verwijder Het dekscl van het vhegwiel of van de rotor.
Verbind de draad met de tweepennige stekker in het contact met de benamtng «t tachometer ».
Plaats de schakelaar op *  Timming x   1,000 ».
Start de motor, neem de tachometertester in de hand en houd hem prccics m het midden van het vliegwiel ot van de rotor en plaats dan de rubberkegel fegen het center van de as iodat do2c zonder slippen mee-draait.
Men verkrijgt het juiste toerental door het cijter dat op de boven-ste schaat A afgelezen wordt  met   1.000 to vermenigvuldigen
CONTROLE   OP   ONDERBREKING VAN   DRADEN   OF   CONTACTEN
Om   dexe   contrclc   uit fre   voeren   is een   batterij   van 6 volt   nodig*
De twee draden ROOD * en WIT die de bergnjimte van het test* apparaal aan do linker bovenhoek verlaten worden aan de batterij ver-bonden*
De RODE en ZWARTE lestdraden wcrden nu aan de contacten gemerkt « X » aangesloten.  Plaats nu de schakclaar op n het contact gestoken worden,
Neem her mspectiedcksei van het vliegwiel af.
Plaats de schakelaar van het testapparaat cp « Timing x 1.000 »( start de motor en laat deze statJonair draaten   |ca    1.000 toercn).
Schakel de « batterij » in en laat het lichr van de stroboscoop in de opening van het ronddraaiende vliegwiel scnijnen zodat het vliegwiel schijn-baar stilstaat.
Het ontstekingstijdstip is correct afgesteld wanneer het « F »-teken op het vliegwiel preoes in het verlengde ligt van het merkteken op het vliegwiclcarter. Een eventuele afwijkmg kan bijgesfeld worden door de afsrand van de onderbrekingscontacten tc wtjzigen Ihiervoor moct de motor natuurlijk stilgezct worden)
Fcrste   voorbeeld :
De ontsteking staat te vroeg wanneer het c F *~teken op het vliegwiel het merk op her carter no<; niet bereikt heeft   (gezien  m draairichting) De ontstekirg moet dus veHaat worden door dc opening van de onderbre-kerpunten icts te verminderen. Hierna moet het ontstekingstijdstip opnieuw met de stroboscoop gecontroleerd worden.
Tweede voorbeeld :
De ontsteking staat te laat wanneer het <* F»-teken op hot vliegwiel reeds voorbij het merk op het carter is (gezien in draairichting). De ontsteking moet dus vroeger geschieden en daarvoor moet de afstand tussen de onderbrekercontacten iets vergroot worden.
In het algemeen is de ontsteking correct afgesteld wanneer de afstand van de onderbrekercontacten precies op 0,35 mm afgesteld wordt alvorens de test uit te voeren De hiel van de onderbrcker mag met te veel ver-sleten zijn.
CONTROLE VAN  DE GELlJKRICHTING   (Model C 102) Voor   dexe   test   is   ecn   6   volt   batterij   nodig.
Verbind ce RODE  +   en WITTE         batterijdraden   (linkerbovenhoek
van het bakje)  aan een 6 volt-batterij
Verb*nd de twee testdraden waaraan klcmrnen bevestigd zijn, aan de « X »  contacten van het  testapparaat.
Het model C 102 ts uitgerust met een dubbelwcrkende gelijkrichter bestaande uit twee secties waarvan elke seche afzonderlijk getest moet worden.
Mwk de RODE en BRUINE draden von de gelijkrichter los (zie lin-kerzijde van het frame) Plaats de scnakelaar op « Resisfance x 100 ohms » en schakel de <*  batterij »  schakclaar op  « on ».
Verbind nu cc RODE draadklem aan de BRUINE Mem van de gelijkrichter en de ZWARTE draadklem aan de RODE klcm van de geltjknchter.
Op de « D » schaal van het instrument knjgt men nu een POSITIEVE uitslag welkc als goed beschouwd kan worden als de naald lussen 10 en AQ ohm wnwijsr
Door de verbindingen van de draadklemmen omgekeerd uit te vceren, 6X ROOD naar ROOD en ZWART nur BRUIN, knjgt men een negatievc uitslag op het instrument. Dc meter moet nu ten min&te 1,000 ohm aan-wijzen om de gelijkrichter als goed te mogen beschouwen.
Een goede NEGATIEVE meting xal dc naald nauwel'jks doen bewegen.
Dc meting van de tweede sectie van de gelijkrichter wordt op de zelfdc manier uitgevoerd waarfcj de BRUINE klem van de gelijkrichter ver-vangen wordt door de GELE.
CONTROLS   VAN   DE   GELIJKRICHTER    (Mod.   C100.    C 110   en   C 114) Voor dcxe   test is en   6 volt   batterij   nodig.
Verbind de RODE -|- en WITTE — ba"eri|dracen (linkeroovenhoek van het bakje)   aan een 6 volt batterij.
Verbind de RODE en ZWARTE testdraden met klcmmen aan de «X »*conlacton v^n het testapparaat Plaats de schakelaar op « Resistance x  100 »
Maak de RODE en WITTE draden van de gelijkrichter los.
Schakei de batterij in   (knopje op testapparaat)
Positicvc  meting :
Verbind de RODE testdraac aan de WITTE gelijfcrichterklem en de ZWARTE testdraad aan de RODE gelijkrichterklem en lees de uitslag van de meting op de a D n schaal van het instrument. Eer* uitslag tussen 10 en 40 ohm mag als goed beschouwd worden.
Negatievc   meting :
Voer de schakelmg omgekeerd uit, dtt is ROOD aan ROOD en ZWART
aan WIT.  Lees de uitslag op de  « D » schaaL
Een goede uitslag moet ten minste 1,000 ohm b^dragen en zal de naald van  het  instrument  nauwelijks doen bewegen
CONTROLE VAN DE CONDENSATOR-CAPACITEIT  (Alio modcllen)
Voor het uitvoeren van deze test is een 6 volt-b3tterij nodig en de condensator moet van de statorplaat afgenomen wordeo
Verbind de twee test-draden met klemmen aan de « X »-contacten van het testapparaat. Verbind de batterij aan de WITTE en RODE draden die het bakje aan de linkerbovenhoek verlaten
Plaats de schakelaar op « Condenser >. 0,' MF p,
Schakel nu dc batterij in (knopje op testapparaat) - Plaats de condensator-schakelaar   (rechtbovenhoek  van apparaat op *  Standard  »),
Regel met behulp ^n de regelknop « SCALE ADJ », die zich vlak onder het meetinstrument bevindt, het meetmstrument zodanig dat de naald zich op de 3* streep (vlak in het mtdcen) van de « A » schaal bevindt, hetgeen overeenstemt met 0,3 mt.
Verbind do testklemmen  met de condensator, een aan het omhulse! (massa)   en een oan het middencontacr  Plaats dc « CONDENSATOR  »-De naald moet  tussen 0,2 en 0,26 ml aanwijzcn.
CONTROLE   VAN   DE   ISOLATIEWEERSTAND   VAN   DE   CONDENSATOR
Gebruik de testdraden en de batterij zoals in de vonge test Plaats de schakelaar op « Insulation x M ohms », schakel de baiierij in Maak nu kortsluiting tussen de klemmen van de testdraden door *e tegen elkaar te houden en regel het meet instrument met behulp van de knop * SCALE ADJ » op 0 Inul) op schaal « Da, dit wil zeggen dat de naald volledig uitgeslagcn moct  zijn,
Verbtnd de  testklemmen  aan de condensator, een aan het omhulscl (massa)  en een aan het middenccntact en lees de uitslag cp schaal   • O
Minder dan I  megohm       condensator moet vervangen worden,
Tussen  I  en 5 megohm     condensator   is bruikbaar
Meer dan 5 megohm           Condensator   is heel  goed.
De condensator moet na hot testen onmiddcllijk kortgesloten woruen om hem   te   ontladen.
SPANNINGSTEST   VAN    DE   WISSELSTROOM DYNAMO    (Model   C 102)
Steek dc stekker,  met de dne pennen,  wan de  afgeschermde weer Standskast in het contact * dynamo ». maak de korte shunt van de weer-standklemrncn   los.  Maak  de  dynamodraden  los d*e   zich  vlak  boven de gelijkrichter bevinden en aan her frame opgehangen njn.
De dno testdraden, BRUIN. WIT en ROOD, die de weerstarxlkast verlaten, moeten als volgt aangesloten worden :
Testdraden                                        Dynamodraden
BRUIN                       naar                       BRUIN
WIT                           naar                       WIT
ROOD                        n^r                      GEEL
Start de motor en regel de draaisnelheid op 2.000 tceren per minujt met behulp vsn de rcgclschroef van de gasschuif en de toerenrelter (tachometer). Plaats de schakelaar cp «  Dynamo I V i»(
Lees de uitslag op schaal * C j> van het meetmsffument. De naald moet 3-6 volt of meer aanwijzen.
Plaats de schakelaar op 
tn dere schakeling is ccrx smeltzekoring geplaatst die Z3l « door-branden   a   als de stroomsterlcte de   IS   amperes overschrijdL